04 mei Staat van het Onderwijs 2026: samenwerken aan kwaliteit en ondersteuning
Op 15 april publiceerde de Inspectie van het Onderwijs De Staat van het Onderwijs 2026. Het jaarlijkse rapport van de Inspectie van het Onderwijs laat zien hoe het onderwijs ervoor staat. Tegelijkertijd geeft het inzicht waar nog opgaven liggen. Voor SWV PO 30 06 zijn deze ontwikkelingen herkenbaar. We blijven ons inzetten voor onderwijs en ondersteuning die leerlingen verder helpt.
Aandacht voor de basis
Volgens de inspectie vraagt de kwaliteit van het onderwijs op veel plekken om blijvende aandacht. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van basisvaardigheden, zoals taal en rekenen.
Juist in het basisonderwijs leggen we hiervoor de belangrijkste basis. Dat betekent dat scholen en besturen steeds opnieuw moeten kijken: waar leggen we de nadruk, wat helpt leerlingen vooruit en wat is haalbaar in de praktijk?
Schoolleiders spelen hierin een belangrijke rol: zij zorgen voor richting, overzicht en samenhang binnen de school. Daarbij is het belangrijk dat zij voldoende ruimte krijgen om zich te richten op onderwijs en ontwikkeling.
Samen zorgen voor passende ondersteuning
Het sectorbeeld Samenwerkingsverbanden passend onderwijs 2026 laat zien hoe belangrijk goede samenwerking tussen scholen, besturen en partners is. Wanneer onderwijs en ondersteuning op elkaar aansluiten, profiteren leerlingen optimaal.
Dat vraagt om duidelijke verwachtingen en afstemming: wie doet wat, wanneer en waarom? Door hierover samen in gesprek te blijven, ontstaat meer duidelijkheid en samenhang voor scholen, ouders en leerlingen.
Binnen SWV PO 30 06 werken we continu aan deze afstemming en delen we ervaringen om de ondersteuning in de regio stap voor stap te versterken.
In beweging blijven
Wat we uit het rapport halen, sluit aan bij onze regionale ontwikkeling. We blijven werken aan de kwaliteit van het onderwijs en aan passende ondersteuning. Dat doen we stap voor stap, door ervaringen te delen, van elkaar te leren en te kiezen voor oplossingen die voor scholen werkbaar zijn. Zo versterken we samen het onderwijs in de praktijk en houden we oog voor wat voor leerlingen het verschil maakt.
